Aangeboren getalbegrip / meetkundebegrip

Aangeboren getalbegrip

Aangeboren meetkundebegrip

 

***************************************************************************************************************

Aangeboren getalbegrip

"Sommige basale rekenvaardigheden, zoals globaal optellen en hoeveelheden met elkaar vergelijken, lijken aangeboren. Kinderen van vijf jaar blijken die vaardigheden namelijk al te beheersen nog vr ze op school hebben leren rekenen.

Een rekenzintuig, noemt de Amerikaanse psycholoog Stanislas Dehaene het in zijn boek 'The number sense'. Zoals ieder mens een aangeboren taalvermogen heeft, heeft volgens Dehaene elk mens ook een ruw, aangeboren gevoel voor getallen, of, preciezer: voor hoeveelheden. Dat volgt ook uit onderzoek van Harvardpsychologe Elizabeth Spelke, dat op 12 september 2005 werd gepubliceerd in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences."

Deze tekst is ontleend aan een bespreking op vpro noorderlicht

Een uitgebreidere bespreking is te vinden op kennislink

Daar is de titel: Kleuters kunnen eerder tellen dan lezen

 Recent is daar, wederom door Spelke e.a., nader onderzoek naar gedaan.

 

Wiskunde is kinderspel

Kleuters rekenen zonder regels

Als kinderen kunnen tellen kunnen ze ook rekenen. Niet heel precies, maar wel beter dan Engelse psychologen hadden verwacht. Van een wiskundige mag je verwachten dat hij kan rekenen en iemand die kan rekenen kan hoogstwaarschijnlijk ook wel tellen, maar andersom geldt dat niet. Op de kleuterschool leert een kind eerst om te tellen. Daarna krijgt het gedurende de lagere schooltijd allerlei rekenregels geleerd. En echte wiskunde, dat volgt pas op de middelbare school. Toch kunnen kinderen, voordat ze hebben leren rekenen, al ruwweg optellen en aftrekken, schrijven psychologen in het vakblad Nature. Is rekenles dus overbodig? "O nee, dat willen we helemaal niet verkondigen", zegt Psychologe Elizabeth Spelke, "maar leraren zouden wel meer voort moeten bouwen op het natuurlijke rekenvermogen van kinderen". Spelke van de Universiteit van Harvard in Massachusetts (VS) deed al eerder onderzoek bij vijfjarige kinderen. De kleuters konden wel al tellen, maar hadden op school nog niet leren rekenen. "We lieten ze stipjes zien of tonen horen en de kinderen bleken een aangeboren gevoel voor hoeveelheden te hebben", vertelt de Amerikaanse onderzoekster. Maar zodra ze de kleuters dezelfde opdrachten voorlegden met cijfers in plaats van stipjes of tonen, gingen ze de mist in. "Het leek wel alsof ze dan ineens geen toegang meer hadden tot dat natuurlijke vermogen". In haar nieuwe onderzoek legde de psychologe de kinderen de sommen met cijfers nog een keer voor, maar nu in combinatie met tekeningen. Op een computerscherm zagen een jongetje of een meisje met een steeds even grote zak, waar een getal op stond. De kleuters moesten antwoord geven op vragen als: "Als Sarah 25 stickers heeft en ze krijgt er nog 27, heeft ze dan meer of minder stickers dan John die er 35 heeft?". Nu konden de kinderen de sommen ineens wel oplossen, tot verbazing van zowel Spelke als de leraren van de kinderen. Hoe deden de ze dat? Hadden de proefpersoontjes de rekenregels misschien ergens anders opgepikt en konden ze stiekem toch al rekenen? Als dat zo was zouden ze de berekeningen ook heel precies moeten kunnen uitvoeren. Dat bleek niet het geval. Zodra de getallen die ze moeten vergelijken erg dicht bij elkaar lagen en er een echte berekening aan te pas moest komen, konden ze het kunstje ineens niet meer klaren. Het lijkt erop dat ze meer schatten, dan rekenen. Wat overigens niet wil zeggen dat ze gokken, want daarvoor is het aantal goede antwoorden te hoog. Maar ze kunnen het alleen als de informatie op een bepaalde manier wordt aangeboden, vermoedt Spelke. Als de sommen worden vergezeld door plaatjes geven kleuters zonder problemen het goede antwoord, maar zonder plaatjes gaat er geen belletje rinkelen. Het nieuwe onderzoek verschilt echter op nog een punt van het eerdere onderzoek. Destijds was de kinderen gevraagd getallen te schatten. Het waren vragen als: "Je krijgt van je moeder 27 marshmallows. Daarna krijg je er nog eens 31". Kleuters konden kiezen tussen 'het is zoiets als 58' of 'het is meer in de buurt van 33'. In dit nieuwe onderzoek werd de kinderen gevraagd getallen te vergelijken: is de uitkomst meer of minder dan 35? Heeft dat verschil misschien ook invloed op de uitkomst? Spelke sluit het niet uit: "Dat zou heel goed kunnen. In een nieuw onderzoek willen we dat gaan testen". Uiteindelijk staat haar onderzoek in het teken van beter rekenonderwijs voor kinderen. Door minder te focussen op precieze getallen hadden de kinderen veel meer lol in het maken van de sommen. "Zelfs de leraren waren verbaasd over hoe leuk de kinderen het vonden". Hele precieze berekeningen zijn op deze manier niet te maken. De rekenboeken mogen dus helaas niet de prullenbak in, maar het rekenonderwijs kan wel leuker door meer voort te bouwen op dit natuurlijke vermogen van kinderen. "Vooral natuurkunde en exacte wiskunde zullen erbij gebaat zijn", denkt de psychologe.

Arianne Hinz, Noorderlicht

Bron: Gilmore C., McCarthy S., Spelke E. (2007). Symbolic arithmetic knowledge without instruction. In: Nature, 31 May 2007

 

 

Zie ook de rubriek: Tellen

Aangeboren meetkundebegrip

In de Volkskrant van 21 januari 2006 wordt een nieuw artikel in Science besproken waarin basaal meetkundebegrip ook als aangeboren wordt gezien.

 

 

 

 Inhoudsopgave

 Table of contents








































omhoog






















 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



omhoog