|
Vlaams-Nederlandse Expertconferentie
Gecijferdheid en
Wiskundige Geletterdheid
Donderdag 11 maart
2004 te Utrecht
Georganiseerd door:
Kees Hoogland, APS
Ø
Deelnemers
Ø
Programma
Ø
Verkennen van elkaars expertise\
Ø
Vaststellen
discussiethema's
Ø
Bijdrage Eva Jablonka
Ø
Discussiegroepen over de gekozen thema´s
Ø
Conclusies
Ø
Verdere initiatieven
>
Deelnemers
|
Eva Jablonka
Mieke van
Groenestijn
Anne van Streun
Ben Hermeler
Harrie Sormani
Mieke van de
Pas
Ton Venneman
Simone van
Duin
Sonja Fernandez
Lief Houben
Annemie van Eijcken
Luc Heyerick
Lieven Verschaffel
Annemie Desoete
Jan de Lange
Henk vd Kooij
Monica Wijers
Vincent
Jonker
Tom Goris
Koeno Gravemeijer
Marja Meeder
Douwe
Kok
Anders
Vink
Kees Hoogland
|
Berlin
Hogeschool van Utrecht
RU
Groningen
ROC De Baronie
CINOP
ROC Ter Aa
ROC Rijn/IJsselcollege
ROC Eindhoven verhinderd
Hogeschool Antwerpen
verhinderd
Centrum
voor Basiseducatie (Open School)
VOCB
Departement Onderwijs en Vorming Gent
KU
Leuven
verhinderd
UGent,
voor meer
informatie
Freudenthal
Instituut
verhinderd
Freudenthal Instituut
verhinderd
Freudenthal
Instituut
Freudenthal
Instituut
Freudenthal
Instituut
Freudenthal
Instituut
APS
APS
APS
APS
|



>Programma
9.30 - 10.00 uur Ontvangst
10.00 - 10.20 uur Inleiding op de dag
door Kees
Hoogland
10.20 - 11.50 uur Ontdekken van elkaars expertise
11.50 - 12.30 uur Vaststellen van discussiethema's
13.30 - 14.00 uur Eva Jablonka: International
perspectives on mathematical literacy,
14.00 - 15.30 uur Discussiegroepen over de gekozen
thema's
15.30 - 16.00 uur Reflectie, de toekomst, sluiting
Hierbij is gebruik
gemaakt van een onderlinge interview-techniek waarbij alle lagen van
menselijk handelen en denken worden aangeboord.
Zie onderstaand KEROBEI-schema.

> Vaststellen
discussiethema´s
Spelregels
Korte gesprekken met een kleine groep rond een thema.
Elk
gesprek (elk thema) heeft een eigenaar, die het gesprek entameert.
Bij
elk gesprek legt iemand de belangrijkste opbrengsten vast.
Deelnemers bepalen zelf hoe lang ze meedoen
Gekozen thema´s
14.15 – 14.35
1. How to recognize numeracy in the reality around us? Eva
2. Gecijferdheid met / zonder
geletterdheid? Lief
3. Hoe bereik je mensen om ze gecijferdheid te
leren? Annemie E
14.40 – 15.00
4.
Hoe cultuurgebonden is
gecijferdheid? Monica
5.
Hoe kun je de beeldvorming rond gecijferdheid en wiskunde
beïnvloeden?
Marja
6. Hoe wordt iemand
gecijferd?
Anders
15.05 – 15.25
7.
Hoe voorkom je dat er een hekel ontstaat aan
rek/wis. Luc
8.
Hoe organiseer je onderwijs rond
gecijferdheid? Ton
9.
Gecijferdheid en rekenen: wat zijn overeenkomsten en
verschillen?
Kees
Niet gekozen thema´s
-
Primair onderwijs, secundair/voortgezet onderwijs, volwassenen
educatie: wat, waar en welke gecijferdheid?
-
Gecijferdheid en beroepsonderwijs? Vorm en inhoud?
-
Gecijferdheid versus ander vernieuwingsdenken.
-
Kan men spreken van gecijferdheidscompetenties?
-
Hoe verhoudt zich het denken in gecijferdheid tot remediëren en
leerstoornissen?
-
Wat zijn kritische gecijferdheidssituaties, voor kinderen, voor jong
volwassenen,
voor volwassenen?
-
Hoe ziet gecijferdheid er uit in onderwijsbeleid?
Deze kunnen in latere conferenties eventueel aan bod komen.
> Bijdrage Eva Jablonka
De gebruikte PowerPointpresentaie ziet u door
op onderstaande link te klikken.
De presentatie wordt dan geopend in een nieuw
venster.
Lezing Eva Jablonka
> Discussiegroepen
over de gekozen thema’s.
Niet van elke
discussiegroep is een uitgebreid verslag.
Speciale dank gaat
uit naar Annemie Desoete, die de discussies van drie groepen
uitgebreid heeft
uitgewerkt.
1.
How to recognize numeracy in the world around us?
A
lot of numeracy is hidden, p.e. in using all kind of machinery
-
following the rules works as long as everything goes well
-
only being able to follow guidelines limits ones flexibility.
-
some sense of what is going on, is required.
Example: How many people are required for a call center. You can use
simulations to understand the influence of all variables.
Journalists , lawyers, policy makers need a lot of numeracy.
example from the newspaper: “60% more chance of cancer” .
No
one has a clue what the 60% means.
Critical thinking should be educated. Primary school pupils can
handle much more on this point, but teachers find it difficult to
organize teaching around it.
Sense for statistics and chance should be taught.
Example: In South Africa gambling is very popular by the poor
people. The poorer you are, the more tempting it is.
2.
Gecijferdheid met/zonder geletterdheid kan dat?
Situering van het probleem: Kun je starten met gecijferdheid bij
analfabeten?
We
zien vaak dat die een taalachterstand hebben en de vraag stelt zich
of je dan aan gecijferdheid kunt werken of eerst die taalachterstand
moet proberen wegwerken (voor zover dit ooit zal lukken).
Het gaat dus om de ‘voorwaardelijkheid’ van geletterdheid tav
gecijferdheid.
Antwoord:
-In bepaalde culturen ziet men dat mensen gecijferd zijn zonder dat
ze
geletterd zijn. Het is maar als die mensen naar hier komen dat ze
plots
uitvallen. Dezelfde analfabetische vrouwen slagen er bijvoorbeeld in
om
mozaïeken in elkaar te steken. Deze vrouwen gebruiken hiervoor
symbolen die voor ons niets betekenen en die ook geen cijfers zijn,
maar waar ze wel mee kunnen functioneren zonder dat ze onze symbolen
gebruiken.
-Wat is gecijferdheid? Er zijn vormen van gecijferdheid. Er is
functionele en schoolse gecijferdheid. De eerste vorm is meer aan
regels en symbolen gebonden dan de tweede vorm. We kunnen ons
afvragen of cijfersymbolen nodig zijn om gecijferd te zijn.
Gecijferdheid heeft eigenlijk meer te maken
met ‘redzaamheid’, maar ook dit kun je heel smal of breed gaan
omschrijven.
Bovendien kun je je afvragen hoe abstract en cultuurvrij je
gecijferdheid kunt of moet omschrijven. In onze cultuur is het
anderszijds wel van belang dat problemen kunt oplossen door met
cijfers om te gaan. Men moet rond die cijfers kunnen communiceren en
vertrouwen hebben in de kennis van de communicatiewaarde van
symbolen. Dit laatste (nl. het vertrouwen hebben in het kunnen
communiceren rond symbolen) lijkt ons wel belangrijk is de vraag of
je wel of niet kunt aan gecijferdheid werken zonder dat men
geletterd is. Als mensen eigen over dit basisvertrouwen beschikken
(zonder dat ze onze symbolen kennen en gebruiken) lijkt het ons
mogelijk om aan die gecijferdheid te beginnen werken.
-Gecijferdheid is volgens ons ook een dynamisch aspect. Je hebt er
symbolen voor nodig, die je zelf begrijpt en waar je mee kunt
communiceren. We moeten volwassenen vooral hun eigen capaciteiten
laten ontdekken (en niet weer met de neus op onze cijfers gaan
drukken). Als we ze in situaties brengen waar ze informeel rekenen
en hierop reflecteren kun je best wel aan die gecijferdheid werken
bij analfabeten. Je moet echter steeds voortbouwen en uitbreiden van
wat ze tot dan al kennen/kunnen. Dit is veel beter dan het
propaganderen van één aanpak die voor alle analfabeten zou moeten
aanslaan. Migrantenvrouwen gaan namelijk al naar hun eigen winkels
waar ze moet geld moeten omgaan en eten koken (denken in
verhoudingen).
-
Er zijn veel individuele verschillen tussen de motieven om gecijferd
te willen worden. Sommige migrantenvrouwen willen dit om te leren
koken en omgaan met geld. Anderen willen die om contacten te leggen
(en er eens ‘uit’ te zijn), nog anderen willen de taal beter
kennen... Ook dat speelt mee in onze aanpak. In de praktijk speelt
echter ook de politiek hier een rol in. Vaak verschijnt het
rekenaanbod pas op het einde van een traject sociale redzaamheid. Er
is dus politiek ook nog wel wat werk aan de winkel.
-Het kunnen lezen en spellen (correct schrijven en gebruik maken van
spellingsregels) biedt wel meer toekomstperspectief dan het niet
kunnen lezen en spellen. Het is dus makkelijker om gecijferd te zijn
als je ook al geletterd bent.
-Naast individuele persoonskenmerken waardoor iemand al dan niet
vlot rekent, creëert ook het onderwijs ‘afvallers’. In basiseducatie
kan iemand wel zover geraken als hij zelf wil/kan. Dus deze vorm van
onderwijs biedt wel enig perspectief. Bovendien kunnen mensen ook
leren ‘hulp vragen’ als ze het niet zelfstandig aankunnen, ook dat
kan het maatschappelijk functioneren verhogen.
Je
moet niet altijd alles zelf kunnen oplossen. Gecijferd zijn is
misschien wel een hoop dingen zelf kunnen oplossen, maar voor de
anderen weten dat je het niet zelf kunt oplossen en hulp hiervoor
vragen. Via het werken met ‘competenties’ kunnen we hier misschien
ook wel uitgeraken.
3.
Hoe bereik je mensen om ze gecijferdheid te leren?
-
Publieke opinie beïnvloeden.
-
Doorverwijzen via werk.
-
Brochure VOCB: folder voor doorverwijzer
-
NIBUD.
-
Bekendheid geven in alfabetiseringsprogramma’s.
-
Aandacht geven in secundair (middelbaar) onderwijs als het gaat om
opleiding tot beroepssituaties.
-
Zorg voor een flexibel aanbod voor gegadigden en niet voor een
eenduidig (reken-)aanbod.

4.
Hoe cultuurgebonden is gecijferdheid?
-
Bij gecijferdheid spelen
altijd culturele dimensies een rol, zoals bijvoorbeeld
taalontwikkeling, godsdienst en geschiedenis.
-
De notie van het opleiden van
een kritische burger is natuurlijk gebonden aan culturele waarden en
normen.
-
Discussiepunt is of wij
bepalen welke mathematical literacy de leerlingen nodig hebben. Kun
je dit algemeen vaststellen, wereldwijd bijvoorbeeld, of is dit
sterk cultuurgebonden?

5.
Hoe kun je de beeldvorming rond wiskunde en gecijferdheid
beïnvloeden?
Situering van het probleem: Leken hebben soms rare beelden van wat
wiskunde nu is (iets op een ‘verhoogje’ waar je naar opkijkt en
niets mee kunt doen …). Nu komen we met een nieuw begrip namelijk
gecijferdheid. Hoe zullen ze daar mee omgaan? Hoe zorg je ervoor dat
dit niet in de zieligheidshoek (naar analogie van ‘ongecijferdheid’)
geraakt? Zal er geen polarisatie optreden van het academische
wiskunde beeld en het vulgaire gecijferheidsbeeld.
Antwoord:
-Er is een CVI studie verschenen naar het beeld van wiskunde. Ook in
de NRC-krant is er een stukje geweest waar men een pleidooi hield om
wiskunde wat meer de waarderen (eruditie).
-De vraag stelt zich hoe je aan grote groepen mensen kunt uitleggen
dat
wiskunde verschillende kanten heeft (zoals de kanten van een
muntstuk). Echte wiskundigen zijn het hier echter niet mee eens. Ze
denken als je het
academische luik van de wiskunde onder de knie hebt, de rest vanzelf
wel volgt, terwijl je perfect ongecijferd kunt zijn met een hoog
wiskundig diploma en omgekeerd.
-Een tweede probleem dat zich stelt is dat momenteel zowel in
Nederland als in Vlaanderen wiskunde vaak gebruikt wordt als
selectievak. In de marge moeten we trouwens vermelden dat sommigen
liever economie, informatica of ‘beleggen’ studeren dan wiskunde
omdat ze met de eerste twee domeinen sneller geld kunnen verdienen.
-De Nederlandse overheid wil de bèta-vakken en het aantal mensen dat
techniek studeert, verhogen. De vraag stelt zich ‘Hoe doe je dat’?
-We zullen in ieder geval eens moeten inventariseren wat iemand
als ‘gecijferdheid’ nodig heeft om te functioneren. De vraag stelt
zich natuurlijk wie dat ‘iemand’ moet zijn: gaat het om een
wiskundige of om ons allemaal. De wiskundige denkt natuurlijk dat
iedereen andere dingen moet kennen. Momenteel zijn er instanties die
die dingen vastleggen en die bepalen wat we allemaal op het eind van
onze schoolloopbaan moeten kennen. We kunnen ons afvragen of dit wel
zinvol/mogelijk/wenselijk is. Eigenlijk hebben we niet zozeer nood
aan een verticale stapeling van wat we allemaal moeten kennen en
kunnen. We moeten een paar competenties uitstippelen en dan komen
naar horizontale transfer. We moeten een basiscurriculum maken dat
heel beperkt is qua wiskundige context, maar dat zeer rijk is aan
maatschappelijke inhoud en aan transferkansen.
-Inventariseren van wat we nodig hebben (niet wat wiskundigen denken
dat we nodig hebben) is wel heel belangrijk. Zo zullen we
bijvoorbeeld moeten kunnen kloklezen, met de computer/GSM werken,
omgaan met geld. Het is belangrijk om hier bij stil te staan. Hoe
weet je wat nodig is? Wie bevraag je hiervoor (leerlingen,docenten
wiskunde?).

6. Hoe wordt iemand
gecijferdheid?
Stelling: Niet
vanuit een boekje. Alleen sommen maken leidt niet tot gecijferdheid
Persoonlijke
ervaringen zijn van groot belang bij het ontwikkelen van
gecijferdheid. Italiaanse kinderen hadden voor de invoering van de
euro vast meer zicht op grote getallen.
Eigen opvattingen
van cursisten kunnen ook belemmerend zijn:
“Ik ben nu eenmaal
een slechte rekenaar.” “Ik moet staartdelingen leren.” , “Ik wil
bladen met sommen.”
Breng cursisten in
echte situaties waarin ze worden bevestigd wat ze al kunnen.
Kinderen krijgen bij ontluikende gecijferdheid vaak positieve
feedback. Volwassenen krijgen veelal negatieve feedback in
gecijferdheidssituaties.
APS wekt aan nieuwe
onderwijsvormen, waarin leerlingen in echte situaties allerlei
prestaties moeten leveren. (Zie publicatie “ Koop een auto op de
sloop.” ) Docenten die dat begeleiden moeten vaak nadenken over de
gecijferdheidsdoelen die ze willen halen in dit meer
competentiegerichte leren.
7. Hoe voorkom je
dat er een hekel ontstaat aan rekenen en wiskunde?

8. Hoe organiseer
je onderwijs rond gecijferdheid?
De één zoekt het in
een flexibele opzet van leerstof. Een competentiegerichte modulaire
leerlijn, waarin allerlei contexten uit het dagelijks leven en met
een beroepspraktijk een rol spelen.
De ander zoekt het
als ingrediënt van een brede heroriëntatie op onderwijs,
bijvoorbeeld als onderdeel van het concept natuurlijk leren, waarmee
het APS aantal scholen werkt.

9. Gecijferdheid en
rekenen, wat zijn de overeenkomsten en verschillen?
In rekensituaties …
- gaat het om maken
van sommen en het komen tot antwoorden
- zijn antwoorden
goed of fout
- kun je de sommen
of je kunt ze niet
- gaat het om
technieken en notaties
In
gecijferdheidssituaties …
- gaat om
interpreteren (waar gaat het over)
- gaat het om
redeneren (en wat moet ik daar mee)
- gaat het om
kritisch zijn
- vorm je een
mening of krijg je een impressie
Er zijn mensen die
denken dat het bij rekenen gaat om sommen, bewerkingen, uitkomsten
en goed en fout en dus om instrumentele aspecten. Diezelfde mensen
zien gecijferdheid als dingen interpreteren, meningen vormen,
emoties en directe conclusies trekken uit data. Niet iedereen is het
echter daarmee eens.
Anderen zien
rekenen als middel en gecijferdheid als doel. Toch is ook hier niet
iedereen het mee eens. Je moet namelijk niet wachten om aan
gecijferdheid te werken tot je kunt sommen oplossen en dergelijke.
Rekenen zou
‘gladder’ zijn, terwijl er meer ‘hobbels’ zitten in gecijferdheid.
Onderwijs maken
voor rekenen in de eerste betekenis van het woord is dan ook
makkelijker dan onderwijs (of handboeken) maken voor gecijferdheid.
In scholen zoek je namelijk gestructureerde situaties op, terwijl
die in de realiteit bijna nooit voorkomen. In wiskunde en rekenen
zit een verticale opbouw terwijl dit in gecijferdheid niet zit.
In
theorie zou realistisch reken- en wiskundeonderwijs van het
Freudenthal Instituut een operationalisering moeten geven voor
gecijferdheid. In de praktijk is dit wel een doelstelling, maar deze
doelstelling is zeker nog niet altijd gerealiseerd op de scholen
zelf. Leren doe je niet vanuit projecten rond gecijferdheid (hoe
goed die ook in elkaar zitten), maar wel door te reflecteren rond de
ervaringen die men opdeed vanuit die projecten.
-‘good
practice’ voorbeelden zijn heel belangrijk als model
Bij hoogbegaafde kinderen zit in het wiskunde A-programma veel meer
dan gecijferdheid. Bij zwakke leerlingen moet je je afvragen of zij
veel meer zouden moeten aangeboden krijgen dan gecijferdheid. Is met
andere woorden gecijferdheid een minimumdoelstelling en wiskunde en
rekenen dan een maximum doelstelling?
-We mogen ook de ‘concepten’ niet vergeten in ons wiskunde
onderwijs. Naast vaardigheden, wiskundig inzicht en gecijferdheid
zijn deze elementen heel belangrijk. Zo zag men dat het concept
‘verdeling’ aanbrengen om statistiek termen als Gemiddelde, Mediaan
en Modus te situeren heel belangrijk is. Die concepten kunnen dan in
een realistische context vulling krijgen. Dit lijkt efficiënter dan
gewoon een totaal project aan te bieden en kinderen daar maar dingen
te laten uithalen. Hetzelfde zou je kunnen doen rond breuken,
kommagetallen, procenten waar het uiteindelijk ook om hetzelfde
concept gaat.

Zoals overal ter wereld is er
ook in deze expertconferentie een grote verscheidenheid aan
definities van gecijferdheid en wiskundige geletterdheid waar te
nemen.
Ook is er een verschil waar te
nemen tussen de mate waarin mensen een behoefte voelen om tot
overeenstemming over zo’n definitie te komen. De één vindt dat er zo
snel mogelijk helderheid moet komen over een duidelijke en werkbare
definitie. Anderen merken op dat de definitie sterk afhangt van de
lokale of nationale cultuur, afhangt van de politieke wenselijkheid,
afhangt van welke doelen nagestreefd worden met het onderwijs.
Dit laatste standpunt komt ook
sterk naar voren in het hoofdstuk “Mathematical Literacy” dat Eva
Jablonka heeft geschreven in het Second International Handbook on
Mathematics Education.
Als je echter kijkt naar de
eerste ronde van uitwisseling aan de hand van het
KEROBEI-schema, dan zie je dat
er op het niveau van emoties en identiteit een grote overeenstemming
is.
Vrijwel zonder uitzondering
gaat het dan om een sterke betrokkenheid van de aanwezige bij mensen
die moeite hebben zich te redden in situaties, die een beroep doen
op gecijferheidscompetenties of vaardigheden op het gebied van
rekenen en wiskunde.
Ook is er een brede zorg of
het gangbare reken- en wiskundeonderwijs de geëigende vorm is om de
gewenste gecijferdheidscompetenties te verhogen.
Velen spreken zich uit voor
verdere contacten tussen alle betrokkenen uit Vlaanderen en
Nederland om goede praktijken en inzichten vooral te delen.
Bovenstaande conclusie is overigens
geheel voor mijn rekening.
Kees Hoogland.
Aan het eind van de conferentiedag is gekeken welk soort
initiatieven aanstaande en die relevant zijn voor het thema van deze
dag.
De
volgende zaken zijn genoemd:
-
Sporen-conferentie rond educaties en beroepsonderwijs
-
Verder uitbouwen van internet-websites rond dit thema, onder andere
www.gecijferdheid.nl.
-
Mogelijkheden onderzoeken voor een digitaal platform rond deze
problematiek.
-
Informatie geven rond IALS onderzoek en “Mathematics in Action”.
-
Informatie geven rond PISA-resultaten
-
Een verdere verdieping in de relatie gecijferdheid en natuurlijk
leren.
Zie bijvoorbeeld: Koop een auto op de sloop, APS.
|